Duurzaam Financieel Management

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen voor de Financial

Geld is macht. Maar mogen we die macht wel gebruiken?

“Mag je geweld en macht toepassen om geweld en macht te verdrijven?”

Dit filosofische vraagstuk wordt aangehaald door Jeroen van Merwijk in een interview in het programma “Het Vermoeden” van 25 januari 2014. Mogen kinderen hun klasgenootje terugpakken als ze continue gepest worden? Mag Amerika ingrijpen in Syrië? Mag je iemands privacy schenden, om zodoende het collectief te beschermen? Maar ook: mag je mensen beperken in hun vrijheid (ik noem het ‘beschaafd geweld’), als je daarmee geweld van anderen kan voorkomen? En om het gelijk dan maar heel praktisch toepasbaar te maken binnen financieel management: mag je mensen procedures opleggen, omdat je daarmee mogelijkheden tot fraude beperkt?

Het is een prikkelende vraag, die mij raakte nadat ik het indrukwekkende dagboek ‘Het verstoorde leven’ van Etty Hillesum had gelezen (4e druk). Etty Hillesum is een Joodse vrouw, die in de periode 1941-1943 een bijzondere geestelijke ontwikkeling doormaakt. Etty laat zien hoe zij geweld en macht uiteindelijk leerde te aanvaarden als behorende bij het leven, en hoe deze aanvaarding haar positieve kracht gaf. Drie citaten kunnen dit enigszins verhelderen, maar met het lezen van het boek zal het veel meer tot je binnendringen:

‘Ik ben niet alleen moe of ziek of treurig of angstig, maar ik ben het samen met miljoenen anderen uit vele eeuwen en het hoort bij het leven en het leven is toch schoon en het is ook zinrijk in zijn zinloosheid, mits men voor alles een plaats inruimt in z’n leven en het hele leven als een eenheid in zich draagt en dan is het toch op de één of andere manier een gesloten geheel. En zodra men onderdelen daarvan wil uitschakelen en niet accepteren en men eigenmachtig en willekeurig dit van het leven wel wil aanvaarden en iets anders niet, ja dan wordt het inderdaad zinneloos, omdat het niet meer één geheel is en alles willekeurig wordt’ (p.113).

‘Door de dood buiten zijn leven te sluiten, heeft men nooit een volledig leven en door de dood binnen zijn leven op te nemen, verruimt en verrijkt men zijn leven’ (p. 111).

En het is niet zo, dat ik regelrecht m’n ondergang in de armen zou willen lopen met een gelaten glimlach, dat is het ook niet. Het is een gevoel van het onafwendbare en een aanvaarden van het onafwendbare en daarbij het weten, dat ons in laatste instantie niets ontnomen kan worden (p.130).

Etty ontdekt dat door het leven in al haar facetten te ervaren, binnen te laten, hoe erg het soms ook is, het als een gesloten en daardoor krachtig geheel ervaren kan worden. Door het lijden, de dood recht in de ogen te kijken, verdwijnt de angst en kan ze werkelijk leven:

‘door het niet aanvaarden van de dood en door al die angsten hebben we nog maar een armzalig verminkt stukje leven overgehouden, wat nauwelijks nog leven te noemen is’ (p. 109).

Waarom schrijf ik dit nu op de blog voor duurzaam financieel management? Geld is macht. ‘Wie betaalt, bepaalt’. Financiers, zoals de overheid en banken, kunnen de geldontvanger hun wil opleggen, anders krijgen ze het geld niet. Zo zijn in het onderwijs aan delen van de financiering prestatie-eisen verbonden. In de zorg leggen zorgkantoren eisen op aan zorginstellingen om in aanmerking te komen voor financiering. De financierder is kwetsbaar omdat hij zijn geld kan verliezen, en gebruikt daarom zijn macht over het geld om het machtsevenwicht te herstellen (de ander wordt door de eisen ook kwetsbaar). Ons hele verantwoordingsapparaat van jaarrekeningen, verslagen, inspecties en evaluaties komt voort uit een disbalans in macht tussen geldschieter en –ontvanger.

De vraag is: hoever mag je gaan in het beteugelen van de handelingsvrijheid van mensen, in een poging om bepaalde uitkomsten af te dwingen of om hebzucht geen kans te geven? Daartegenover staat dat we accepteren dat in onze maatschappij lijden is door fraude, hebzucht of andere vormen van financieel geweld. Etty stelt dat ‘de westerling het lijden niet aanvaardt als behorende bij dit leven. En daarom kan hij nooit positieve krachten putten uit het lijden’ (p.134). Persoonlijk herken ik wat ze schrijft. Zodra je je lijden leert voelen, in plaats van er tegen te strijden, verzacht je in plaats van te verharden en af te stompen (p. 135). Dit verrijkt je leven en je interactie met anderen, het maakt je rustiger, liefdevoller en wijzer. Maar ook stil en weerloos, omdat je het geweld en de macht niet meer met macht en geweld terugslaat. ‘Alles van waarde is weerloos’ zei Lucebert al: alles van waarde is zonder geweld en macht en daarmee kwetsbaar.

Ik vind het dus een wringend dilemma: moeten we bij een Vestia of een Liborfraude dan aanvaarden dat dit de mens ook is; een wezen dat verleid kan worden tot het puur en alleen dienen van zijn of haar eigen belang? Met z’n allen voelen hoe ons iets is afgenomen, maar geen tegenacties ondernemen? Geen jaarrekeningen eisen om te controleren of het geld rechtmatig is besteed? Krijgen we daardoor een betere maatschappij? En als we dat niet aanvaarden, hoe ver mag je dan gaan in vrijheid beperkende maatregelen om herhaling te voorkomen? In hoeverre kunnen we dat dan nog leven te noemen, als we binnen al die kaders nog proberen te creëren, te leven. In hoeverre wordt dat dan een ‘armzalig verminkt stukje leven’?

Wat vindt u?

Etty Hillesumgeld is machtLiborfraudeVestia

Dr. M.F. Boersma • 11 augustus 2014


Previous Post

Next Post

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *